door Udo Holtappels
Wisława Szymborska is overleden. Van alle dichters komt zij voor mij het dichtst in de buurt van het geheim van taal. Haar woorden vinden bijna net zo direct de weg naar het hart als muziek. De Mozart van de poëzie wordt ze ook wel genoemd. Een bundel van haar ligt altijd naast mijn bed. Even een vers voor het slapen gaan, even een mooie gedachte om de nacht in te zetten.
Uitzicht met zandkorrel, een verzamelbundel biedt een prachtig overzicht van haar poëzie. In afscheid van het uitzicht begint ze zo:
Ik neem het de lente niet kwalijk
Dat ze weer is aangebroken.
Ik reken het haar niet aan
Dat ze als elk jaar trouw
Haar plichten vervult.
(…)
Het verdriet van een geliefde staat in dit gedicht centraal. Met steeds een oorspronkelijke invalshoek zoekt ze naar de essentie van leven, liefde en dood. Met humor ook.
Een kat in een lege woning
Doodgaan – dat doe je een kat niet aan.
Want wat moet een kat in een lege woning beginnen.
Tegen de muren op lopen.
Langs de meubels wrijven.
Zogenaamd niets veranderd en toch alles anders.
Zogenaamd niets verplaatst,
maar toch alles opzij geschoven.
En ’s avonds schijnt de lamp niet meer.
(…)
En de liefde. Elk gedicht dat ze daarover schrijft legt de onzekerheid bloot.
Liefde op het eerste gezicht
Beiden zijn ervan overtuigd
Dat een plotselinge hartstocht hen heeft verenigd.
Mooi, zo’n zekerheid,
Maar onzekerheid is mooier.
Aangezien ze elkaar eerder niet kenden, menen ze
Dat er nooit iets tussen hen is voorgevallen.
Maar wat zeggen de straten, trappen en gangen daarvan,
Waar ze elkaar misschien jaren voorbij zijn gelopen.
(…)
door Marcel Zijp
door Heidi Geven
door Perry Vermeulen
door Jørgen Bijsterveld
door Marloes Smits 